Astronomie in de Middeleeuwen

- 23 jun 2016

    Deel dit artikel

Middeleeuwse astroloog

De Middeleeuwen worden ook weleens de ‘donkere eeuwen’ genoemd. Het beeld dat bij mij naar boven komt als ik terugdenk aan wat ik over die tijd (globaal gesproken tussen 500 en 1500 na Christus) geleerd heb is dat de mensen vooral gebukt gingen onder het juk van de kerk. Niet echt een periode waarin astronomie (of astrologie) en wetenschap hoog in het vaandel staan toch? En inderdaad, in Europa gebeurde er weinig op het gebied van astronomie in de Middeleeuwen.

Het Middeleeuwse wereldbeeld

Het wereldbeeld van de Middeleeuwen bleef gebaseerd op het geocentrische wereldbeeld van de oudheid. In dit wereldbeeld is de Aarde het middelpunt van de kosmos: onwrikbaar en centraal. Daaromheen bewegen vervolgens de zon, de maan en de verschillende planeten in verschillende banen om die stilstaande Aarde heen. Daarbuiten staan  op hun beurt de sterren. En weer daaromheen, onzichtbaar vanaf de Aarde, bevonden zich de Engelen en andere bewoners van de christelijke hemel.

Deze geocentrische opvatting werd vooral gebaseerd op Ptolemaeus, een Griekse astronoom en wiskundige die zijn opvattingen opschreef in het lijvige boek ‘Almagest’.

Het is niet duidelijk of de Middeleeuwers nou wisten of de Aarde rond was of plat. Op school wordt de leerlingen nog steeds geleerd dat de Middeleeuwers niet tot het einde van de wereld durfden te varen omdat ze bang waren van de Aarde af te vallen. Andere bronnen beweren echter dat dit een negentiende-eeuwse fabel is en dat men toen al wist dat de Aarde bolvormig was. Net zoals dat al bekend was bij de oude Grieken en Romeinen.

wereldbeeld van Ptolemaeus

Geneeskunde en astrologie in de Middeleeuwen

Ook in navolging van de Grieken werd in deze decennia de astronomie in verband gebracht met zo ongeveer alle andere wetenschappen. Door de verschijnselen aan de hemel te bestuderen dacht men zowel de toekomst te kunnen voorspellen als de oorsprong van een ziekte. Verschillende planeten en ook de dierenriem werden met verschillende lichaamsdelen geassocieerd. Zo stond het hoofd gelijk met de ram (Aries) en de voeten met vissen (Pisces). Astrologie en geneeskunde stonden zo nauw met elkaar in verbinding dat ziektes werden toegeschreven aan de stand van planeten. Astrologie was zodoende een verplicht onderdeel aan de universiteiten van die tijd.

Uitzonderingen

Er werden in het begin van de 12e eeuw wel belangrijke vooruitgangen geboekt in de methodologie en fysica, maar deze werden plots onderbroken door de pest en zijn tegenwoordig vrijwel onbekend.

Een andere uitzondering is de Brit Robert Grosseteste, die in de eerste helft van de 13e eeuw de Engelse intellectuele beweging leidde. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van het wetenschappelijk denken in Oxford. Deze bisschop van Lincoln schreef onder meer teksten over astronomie en geometrie. Hij becommentarieerde tevens de wetenschappelijke werken van Aristoteles. Hij werd zelfs één van de personen die het werk van Roger Bacon beïnvloedde.  

Maar dit zijn slechts uitzonderingen. Wat de astronomie betreft waren er geen grote ontwikkelingen in de beginperiode van de Middeleeuwen. Het was over het algemeen een periode van ‘wetenschappelijke achterlijkheid’. Dit veranderde pas door de cultuuromslag van de Italiaanse Renaissance in het begin van de 15e eeuw. Maar dat is voor een volgend blog!

    Deel dit artikel